Vanaf de Meijiperiode raakte de westerse schilderkunst wijdverpreid in Japan. Het gebruik van perspectief en de weergave van licht en schaduw om een driedimensionaal ruimtelijk gevoel te creëren, hadden een grote invloed op de Japanse schilders.
In 1898, het jaar voordat dit werk werd tentoongesteld, richtte Hishida Shunsō samen met Yokoyama Taikan en nog anderen het Japanse Kunstinstituut (Nihon Bijutsuin) op onder leiding van Okakura Tenshin. Als antwoord op Tenshins vraag: „Is er een manier om de lucht te schilderen?“, experimenteerden Shunsō en Taikan met manieren om atmosfeer en licht weer te geven. Hun pogingen leidden tot de ontwikkeling van een nieuwe techniek in de Japanse schilderkunst die later bekend werd als mōrōtai („vage“ of „wazige stijl“).
Dit grootschalige werk dateert uit de vroege fase van de mōrōtai. Deze techniek breekt met de klassieke scherpe contourlijnen. Shunsō schilderde de gehele compositie met zachte, vervaagde effecten, waarmee hij op vakkundige wijze een gevoel van nevel wist over te brengen met een verstilde, mysterieuze sfeer. Zijn scherpe oog voor compositie toont zich ook in de subtiele kleurvariaties van de herfstbladeren en de doordachte plaatsing van twee apen op de rotsen.
PS Als je houdt van de sfeervolle schoonheid van Japanse kunst, bekijk dan eens onze set van 50 ansichtkaarten met Japanse kunst! De prachtige werken uit de hele Japanse kunstgeschiedenis brengen een stukje van het Japans erfgoed in je dagelijks leven. :)
PPS De kunstgeschiedenis kent adembenemende beelden van de herfst. Hoe goed ken jij ze? Doe onze herfstkunstquiz en ontdek het!
Hishida Shunsō