James Ensor - 13 april 1860 - 19 november 1949 James Ensor - 13 april 1860 - 19 november 1949

James Ensor

13 april 1860 • 19 november 1949

  • Symbolism

  • Expressionism

  • Early Modernism

James Sidney Edouard, baron Ensor (1860-1949) was een Belgische schilder en graficus, geboren in Oostende. Zijn ouders waren James Frederic Ensor, een ontwikkelde man die een ingenieursopleiding volgde in Engeland en Duitsland, en Maria Catherina Haegeman. Ensor had geen belangstelling voor een academische studie en ging op 15-jarige leeftijd van school om in de leer te gaan bij twee plaatselijke kunstschilders. Van 1877 tot 1880 bezocht hij de Académie Royale des Beaux-Arts de Bruxelles, waar Ferdinand Khnopff (1858-1921) een van zijn medestudenten was. Ensor stelde voor het eerst zijn werk tentoon in 1881. Van 1880 tot en met 1917 had hij zijn atelier op de zolderverdieping van zijn ouderlijk huis. Hij ondernam weinig reizen: drie korte uitstapjes naar Frankrijk en twee naar Nederland tussen 1880 en 1890 en een vierdaags reisje naar Londen in 1892. Vrijwel zijn hele leven woonde hij in Oostende.

Ensor had een belangrijke invloed op het expressionisme en het surrealisme. Hij wordt gerekend tot de kunstenaarsgroep Les XX. In het vroege werk van Ensor, zoals Russische muziek (1881) en De dronkaards (1883), vinden we realistische taferelen in een sobere stijl, maar allengs werd zijn palet lichter en gaf hij in toenemende mate de voorkeur aan bizarre onderwerpen. Schilderijen als  De geërgerde maskers (1883) en Geraamten twistend om een gehangene (1891) tonen personen achter groteske maskers, geïnspireerd op de maskers die werden verkocht voor het jaarlijkse caranaval in de cadeauwinkel van zijn moeder. Onderwerpen als carnaval, poppenspel, skeletten en fantastische allegorieën spelen een hoofrol in Ensors volwassen werk. Ensor voorzag skeletten van kleding in zijn atelier om ze in kleurrijke, geheimzinnig opstellingen op het doek te plaatsen en hij gebruikte maskers als een theatrale toevoeging aan zijn stillevens. Aangetrokken tot de plastische vormen van de maskers, de sprekende kleuren en de verborgen psychologische betekenis, creëerde hij een kader waarbinnen hij in alle vrijheid kon schilderen. De vier jaren tussen 1888 en 1892 markeren een keerpunt in het oeuvre van Ensor. Ensor bekeerde zich tot religieuze thema's, in het bijzonder de lijdensweg van Christus. Ensor gaf vorm aan religieuze onderwerpen vanuit een diepe afkeer van de onmenselijkheid in de wereld. Alleen al in 1888 maakte hij 45 etsen en zijn meest ambitieuze schilderij, het kolossale De intocht van Christus te Brussel in 1889, een werk dat wordt beschouwd als een voorloper van het 20e-eeuwse expressionisme. In deze compositie, die nader ingaat op een thema dat Ensor eerder behandelde in zijn tekening De aureolen van Christus (1885), komt een grote menigte carnavalgangers, voorzien van groteske maskers,  de kijker tegemoet. In die menigte herkennen we Belgische politici, historische figuren en famileden van Ensor. Christus met zijn ezel gaat vrijwel geheel verloren in de krioelende massa. Hoewel Ensor een atheïst was, identificeerde hij zich met Christus als een slachtoffer van spotternij. In de laatste jaren van zijn leven, waarin zijn stijl zachter werd en zijn productie afnam, kreeg Ensor toch nog erkenning. Critici hebben in het algemeen Ensors laatste vijftig jaar beschouwd als een periode van achteruitgang. Het bijtende sarcasme en de platte grappen die zijn oeuvre hadden getypeerd sinds circa 1885 waren minder vanzelfsprekend in zijn schaarse nieuwe werk en veel van hetgeen hij maakte bestond uit afgezwakte herhalingen van eerder werk. Twee belangrijke werken uit Ensors late periode zijn Mijn dode moeder (1915), een ingetogen schilderij van het doodsbed van zijn moeder, met opvallend op de voorgrond enige medicijnflessen, en Les infâmes vivisecteurs (De verachtelijke plegers van vivisectie) (1925), een heftige aanval op het gebruik van dieren voor medisch onderzoek.

Maar in het eerste decennium van de 20e eeuw begon de productie van Ensor af te nemen, terwijl hij zich steeds meer met muziek ging bezighouden. Hoewel hij nooit enige muzikale scholing had genoten, was hij een talentvolle bespeler van het harmonium. Op hoge leeftijd stond hij in hoog aanzien bij het Belgische volk en met zijn dagelijkse wandelingen was hij een vertrouwde verschijning in Oostende. Ensor had verscheidene vriendinnen gedurende zijn leven, maar hij is nooit getrouwd. Hij stierf op 19 november 1949 in zijn woonplaats op 89-jarige leeftijd, na een kort ziekbed.