De evangeliën vormen de primaire bron voor de legende van Salome. De cruciale passage is Markus 6:23: Herodias, die vroeger met Herodes II was getrouwd en nu de vrouw van zijn broer Herodes Antipas is, zoekt wraak op Johannes de Doper, die haar tweede huwelijk bekritiseerde. Haar dochter Salome danst voor hen tijdens een verjaardagsfeest. Herodes II, die naar zijn stiefdochter verlangt, biedt haar een beloning aan: “Wat je ook van mij vraagt, ik zal het je geven, tot de helft van mijn koninkrijk.” (Markus 6:23). Herodias fluistert haar dochter toe dat ze om het hoofd van Johannes moet vragen, en Salome doet wat haar gezegd wordt. Stuck kiest het moment van de gesluierde dans, dat ook de climaxscène was in de opera Salome (1905) van Richard Strauss. Een dienaar met een donkere huid biedt het hoofd van Johannes aan op een schaal. Salome, badend in een koel licht terwijl ze haar lichaam toont, glimlacht triomfantelijk. Ik denk dat het schilderij van Stuck beter dan welk ander ook de oorspronkelijke femme fatale vastlegt — de manier waarop ze haar hoofd naar één kant werpt, haar rug kromt, haar heupen en borsten naar voren duwt en haar vingers buigt; ze danst in absolute extase, alles om haar heen vergetend. Ze is verliefd op haar eigen lichaam; ze is verzot op haar schoonheid en is verrukt over de macht die die haar over mannen geeft.